Laatstejaars op buitenlandse stage met Erasmus+

Van 12 tot 23 november liepen acht leerlingen uit de afdelingen Elektrische installatietechnieken, Houttechnieken, Lassen-constructie, Mechanische vormgevingstechnieken en Schilderen en decoratie van de VLOT!-scholengemeenschap campus VTI in Lokeren stage bij Tinnemans Floating Solutions in Maasbracht, Nederland. Dat deden ze met de financiële steun van Erasmus+. Aan het hoofd van het bedrijf staat Jan Tinnemans, een creatieve duizendpoot die graag de mouwen opstroopt. Het interview met Jan Tinnemans lees je hieronder. Voor een filmpje, klik hier.

 

Jan, waarom koos je voor Tinnemans Floating Solutions als bedrijfsnaam? Is dat altijd zo geweest?

Vroeger heette het bedrijf PH Tinnemans en zonen. PH stond voor de oprichter, opa Phierre en zijn drie zonen, waaronder mijn vader. Toen die wegviel vonden we het tijd om met een frisse, nieuwe naam het bedrijf te promoten. Gaandeweg zijn de activiteiten in het bedrijf namelijk veranderd. In mijn vaders tijd vonden alleen houtwerkzaamheden plaats en waren we voornamelijk een timmerbedrijf dat  stuurhutten, luikenkappen en scheepsvloeren uit hout vervaardigde. Nu maken we nog altijd diezelfde onderdelen, maar gebruiken we daarvoor aluminium en staal. Enkel het interieurwerk is nog van hout. Doordat hout elke 15 jaar onderhoud en vernieuwing nodig heeft en aluminium en staal levenslang meegaan, dreigde er een tekort aan werk. We waren dus genoodzaakt om onze horizonten te verruimen en andere wateren te bevaren. Zo groeide onder andere, door mijn passie voor de vissersport, de afdeling Tinn-Silver solide aluminium boten.

 

Hoe kun je je bedrijf best omschrijven?

Tinnemans Floating Solutions is een familiebedrijf met een personeelsbestand van een kleine dertig man dat voortdurend op zoek is naar uitdagend werk en nieuwe creatieve mogelijkheden. Dat verklaart ook onze bedrijfsnaam en de verschillende afdelingen die we hebben: scheepsbouw en reparatie, Tinn-Silver solid aluminium boats, custom build yachts en interieurbouw.

Die vier takken ontstonden na de crisisjaren 2012-2013 waarin veel regulier werk wegviel. Ten tijde van mijn vader werkten we altijd boven water en op drijvende schepen. Omwille van de crisis werden reparaties uitgesteld, maar in de branche van onderwaterwerk, keuringen, schades, lekkages … bleef wel werk. Daardoor beslisten we om droogdokken te installeren die schepen tot 135 meter kunnen optillen. Dat is uniek op de markt en geeft een extra boost aan jobcreatie. In 2015 investeerden we in nieuwe grote hal om aan custom build yacht-bouw te doen. Zo zijn we in staat om in alle weersomstandigheden boten te renoveren en bouwen. De eerste klus in de nieuwe hal was trouwens een nieuwe boot voor pap.

 

Wie zijn je klanten en aan welke projecten werk je zoal?

Mijn klanten zijn binnenvaartschippers, baggerfirma’s en de overheid. Zo maak ik aluminium boten voor de politie, reddingsbrigade, handhaving en het Rode Kruis. Daarnaast maken we duwboten, passagiersboten en jachten. Onze boten promoten we op internationale beurzen zoals die in Düsseldorf. Daar ontmoet je mensen uit de hele wereld en kun je samen met hen out of the box denken. Zo bouwden we een overzetboot aan het stuwmeer Wolfgangsee in Oostenrijk, waar mensen vroeger dertig kilometer moesten omrijden om aan de andere kant te geraken.

 

Waarin onderscheidt het bedrijf zich van haar concurrenten?

Wat we hoog in het vaandel dragen, is dat we te allen tijde eerlijk zijn. Je woord nakomen, een product maken dat degelijk en met passie gemaakt is en waar zowel de klant als we zelf trots op zijn, dat is onze prioriteit. Geld is belangrijk, maar daar zijn we in de eerste plaats niet mee bezig. Zo ging ik bijvoorbeeld drie weken geleden naar Barcelona. Onderweg kwam ik een schipper tegen die problemen met de mast van zijn schip had. We hebben samen de mast opgemeten en een oplossing bedacht en daar gaat het om: je probeert telkens met de klant mee te denken, toegeeflijk te zijn en zo samen het ultieme resultaat te bereiken. Je moet mensen behandelen zoals je zelf behandeld wilt worden. Wederzijds respect en een dankjewel gaan ver.

Daarnaast zijn we een familiebedrijf. Het persoonlijke contact met de klant krijgt bij ons voorrang. We stappen samen in een project, vertrekken vanuit een eenvoudige schets en rollen er zo verder in. Klant is koning!

Ten slotte is het ook zaak om snel te handelen en op die manier nieuwe klanten te werven. Ik vind het chic als we bijvoorbeeld toeleveraar mogen zijn van andere scheepvaart gerelateerde bedrijven. Ik zet me daarvoor extra in.

 

Waarom besloot je deel te nemen aan een Erasmus+ KA102-project en ging je in zee met onze school?

Vroeger zat ik zelf op de MTS (Middelbare Technische School) in Roermond, een prachtig praktijkgerichte school waar we gedurende één jaar stage liepen, verdeeld over drie periodes. Een stage heeft volgens mij enkel en alleen zin als ze in een aaneengesloten periode is. Hoe langer die periode, hoe meer je de kennis proeft in dat bedrijf. Zelf liep ik stage in een scheepsvaartbedrijf in Maasbracht bij een concullega. Aan bepaalde jobs mocht ik toen niet meewerken omwille van concurrentiebeding. Dat vond ik jammer, want ik was en ben nog altijd bijzonder geïnteresseerd in de scheepvaartwereld en ik leer graag bij. Ik liep ook stage in een chemiebedrijf waar ik de pakkingen van chloorpompen moest vervangen. Een smerig werkje! Die dag deed ik overuren om die vieze karwei de dag erna niet meer te moeten uitvoeren. Waar een wil is, is een weg.

Ik weet hoe belangrijk het is voor een bedrijf om goeie vakmensen te vinden. Ik wil vooral het werk op een scheepswerf zoveel mogelijk promoten om het toekomstige personeelsbestand aan te dikken. Jammer dat het VTI in Lokeren zo ver ligt van onze werf. Ik werk graag met Belgische mensen en jongelui. Zij hebben nog meer discipline.

 

Hoe heb je de samenwerking op de werkvloer ervaren?

De eerste keer dat leerlingen van de school hier stage liepen, in juni van het vorige schooljaar, was het meer een snuffelstage. We moesten nog aftasten hoe we alles zo praktisch mogelijk konden organiseren. In gezamenlijk overleg hebben we de aanpak toen veranderd: in plaats van enkel te werken met leerlingen uit de richting Lassen-constructie, betrokken we ook andere nijverheidstechnische richtingen bij de stage. De samenwerking heb ik als positief ervaren, vooral nu de leerlingen ook daadwerkelijk in hun eigen vakgebied aan de slag kunnen. Op naar de volgende stage in maart 2019!

 

Terug naar overzicht