De geschiedenis van iets meer dan 90 jaar VTI is een successtory van toekomstgericht werken aan de vorming van jonge mensen.

Op dit moment telt de school ongeveer 650 leerlingen en werken ongeveer 110 personeelsleden op een hedendaagse wijze aan de verdere realisatie van de doelstellingen die destijds in de oprichtingsoorkonde werden geformuleerd:
De vereniging heeft voor doel het stichten, uitbreiden en steunen van alle instellingen of ondernemingen die rechtstreeks of onrechtstreeks streven naar de zedelijke, geestelijke of godsdienstige opbeuring der bevolking van de stad Lokeren en haar omgeving, op christelijke grondslag. Vallen binnen het doel der vereniging: het vakonderwijs, daarbij inbegrepen het handelsonderwijs, het inrichten van alle ander onderwijs bij middel van lessen, voordrachten, uitstappen, bibliotheken, leeszalen, prijskampen, toekenning aan leerlingen of oud-leerlingen van studiebeurzen of hulpgelden, het uitgeven van verslagen, memories of studiën. De vereniging zal dit doel kunnen nastreven, rechtstreeks, met zelf de werken in te richten, of onrechtstreeks, met aan ondernemingen, een gelijkaardig doel beogende steun te verlenen of lokalen ter beschikking te stellen.

De stichters hebben van bij het begin duidelijk hun visie over vorming omschreven. Hun eerste doelstelling was: jongeren uit Lokeren en omgeving opbeuren door de ontwikkeling van scherpzinnigheid en door het bijbrengen van christelijke levensbeginselen. Vakonderwijs was een middel dat het doel diende. Deze visie is steeds een leidraad geweest voor het pedagogisch werk in onze school. Echte vorming is altijd gericht op het volledig mens-zijn en op het voorbereiden van jongeren om als individu en als sociaal wezen, een volwaardig leven uit te bouwen. Dergelijke vorming integreert traditie en nieuwigheden, ze ontwikkelt kennis en vaardigheden, ze ondersteunt idealen. Een lange ervaring is geen rem op de dynamiek van onderwijsvernieuwing, integendeel, ze schraagt meestal gepaste veranderingen.

Van bij de oprichting tot 1933 kon de school zelf en volledig vrij de studieduur, het niveau, het vakkenpakket en lessenrooster bepalen. In 1933 werd het statuut van het technisch onderwijs ingevoerd met o.a. de alfanumerieke rangschikking volgens dalend niveau: A1, A2, A3, A4. Het technisch onderwijs werd toen losgekoppeld van de technische ministeries (landbouw, nijverheid en arbeid) en ondergebracht bij de Dienst voor het Technisch Onderwijs van het Ministerie van Openbaar Onderwijs. De jaren dertig waren een periode van economische crisis met grote werkloosheid. De overheid wou toen dit probleem bekampen door o.a. de manuele vaardigheden te herwaarderen en te laten ontwikkelen.

Na de oorlog ’40-’45 kende het secundair onderwijs een ware democratisering: meer en meer jongens en meisjes gingen langer studeren dan tot hun 14de jaar. Nijverheid en economie hadden nood aan beter geschoolde arbeidskrachten. Sociale voorzieningen werden uitgebreid en verbeterd. De verzorgingsmaatschappij kwam tot stand. De ouders wensten voor hun kinderen een betere toekomst dan wat zij (voor en tijdens de oorlog) hadden meegemaakt. De waarde van het onderwijs en van een diploma werd duidelijk. De wet van 1983 op de leerplicht tot 18 jaar stak hier nog een handje toe.
Door de nieuwe reorganisatie die in 1953 tot stand kwam, groeide het technisch onderwijs verder naar het algemeen onderwijs toe. Zo werd het administratief volledig opgenomen in het Departement van Openbaar Onderwijs, kreeg het dezelfde (2×3) structuur als het middelbaar onderwijs en nam het meer algemene vakken in zijn programma op.

In de jaren ’70 kwam het VSO tot stand. Tussen de vroegere organisatievorm, type II genoemd, en de nieuwe vorm, type I genoemd, ontstonden in de periode ’80-’89 grote spanningen. De grondwet van 1988 liet de Vlaamse Gemeenschap toe een eigen onderwijsbeleid uit te stippelen maar verplichtte terzelfder tijd de Gemeenschappen om hun onderwijsreglementering decretaal te onderbouwen. Vanaf 1989 werd het Vlaams Onderwijs grondig hertekend en werd een eenheidstype op stapel gezet. In zijn analyse over het onderwijsbeleid in ons land, schreef Guy Tegenbos begin juli in de Standaard: Echt onderwijs is pas begonnen in 1989. Voordien, in het unitaire België, kwam het er enkel op aan, om de schoolvrede te bewaren en de middelen te verdelen.

Met onderwijsdecreet II (mammoet-decreet genoemd) werd het secundair onderwijs grondig gereorganiseerd, o.a. structuur, normen, minimum lessenrooster, organisatie van lestijden, bekrachtiging der studiën, deliberatie, schoolreglement en werkingsmiddelen. Andere decreten regelden: rechtspositie van het personeel met bijhorende reaffectatie- en terbeschikkingstellingsregeling, pedagogische begeleiding en doorlichting van scholen, inspectie, medezeggenschap, participatieraden, lokale onderhandelingscomités, e.a. Nieuwe decreten zijn in de maak rond: eindtermen, functiebeschrijvingen van personeelsleden, enveloppefinanciering, samenwerkingsverbanden, e.a.
Op 30 juni 1995 was de nieuwe structuur voltooid. Onze schoolverlaters kregen voor het eerst sinds het bestaan van de school, hun diploma rechtstreeks door het VTI Sint-Laurentius uitgereikt; erkenning door het ministerie of door provinciediensten, was in het nieuwe systeem niet meer nodig. Alle diploma’s werden eenvormig, ongeacht de onderwijsvormen. Het kwalificatiegetuigschrift werd toen afgeschaft.

Naast al die ingrijpende organisatorische veranderingen ondergaat de school ook de snelle evolutie in de maatschappij. Jonge mensen brengen de huidige geest van de samenleving binnen in onze school. Steeds nieuwe technologische evoluties wijzigen de manier van kennisoverdracht ongelooflijk snel. Een nieuwe dualiteit ontstaat tussen hen die de kennisevolutie kunnen volgen en zij die dat niet kunnen. Grote wijsheid en inzicht, veel enthousiasme en inzet zullen bij leerkrachten en directie nodig zijn, om ook de zwakke jongeren zo te vormen dat ze waardig en weerbaar in de maatschappij van morgen kunnen stappen.

VTI Sint-Laurentius heeft bewezen verantwoordelijkheden en uitdagingen niet uit de weg te gaan. Elke machine, elke steen, vertelt het verhaal van een leefgemeenschap die zich voor de haar toevertrouwde jonge mensen inzet. De school vandaag is dezelfde als die van gisteren maar toch fundamenteel anders, ook al blijft ze werken rond de opdracht die haar stichters 90 jaar geleden hebben geformuleerd.

Ten slotte willen we met dankbaarheid, bewondering en fierheid terugdenken aan al degenen die hebben bijgedragen om de school te maken tot wat ze nu is: bestuursleden, directeurs, personeelsleden en in het bijzonder de stichters.